maandag 11 april 2016

Is burgerschapsvorming op de schoolbanken een voldoende of slechts noodzakelijke voorwaarde tegen extremisme?


Radicalisering en extremisme zullen, naast het repressieve veiligheidsbeleid, preventief worden aangepakt op de schoolbanken, aldus de plannen op de vervroegde Conferentie van de Onderwijsministers van de Raad van Europa en van minister Crevits. We mogen ons echter niet blindstaren op bijkomende inspanning in het curriculum als een voldoende voorwaarde. Er is veel meer werk aan de winkel en niet enkel via onderwijs.
In het zog van het hele debat rond radicalisering en de misdaden in Parijs en Brussel, wordt er (opnieuw) een lans gebroken voor burgerschap in het curriculum. Burgerschapsvorming impliceert dat men aandacht moet hebben voor kritische zin en verschillen tussen mensen en de manieren om daar op een humanistische en democratische manier mee om te gaan. Eenvoudig gesteld moeten we in onze huidige complexe context jongeren met verschillende achtergronden elkaar leren kennen en leren samenleven. We moeten op de schoolbanken radicalisering in de kiem smoren. Wie kan hier iets tegen hebben?
De Britse socioloog Basil Bernstein schreef in 1970 onder de provocerende titel ‘Education cannot compensate for society’ een pleidooi om onrealistische verwachtingen ten aanzien van het onderwijs te temperen. Men had en heeft inderdaad de neiging om het onderwijs te zien als een instituut dat zal compenseren in al wat misgaat in een samenleving. Bernstein pleitte daarmee niet tegen (investeringen in) onderwijs. Integendeel, hij pleitte voor een onderwijs dat ten gronde emancipeert en waar volop in wordt geïnvesteerd. De discussie van 40 jaar geleden over maatregelen in het onderwijs om maatschappelijke problemen te counteren lijkt opnieuw zeer actueel. Men dreigt immers de bal (alweer) in het kamp van onderwijs te leggen zonder gegronde en brede beleidsmaatregelen te treffen.
Burgerschapseducatie is lange tijd stiefmoederlijk behandeld. Vlaanderen opteerde pas met de invoering van eindtermen midden jaren 1990 om vakoverschrijdend te werken aan ‘burgerzin’. Het vakoverschrijdende was een compromis om zoveel mogelijk vrijheid aan de scholen en de koepels te laten. Zelf hebben we vanuit onderzoeksresultaten naar waardevorming in het onderwijs en burgerschapseducatie in het verleden ook gepleit voor een curriculum rond burgerschap. Belangrijk is echter dat we niet in de val mogen trappen die Bernstein bijna een halve eeuw geleden aangaf: verwachten dat onderwijs compenseert wat de samenleving niet geeft. Een van de vaststellingen van analyses op het internationaal vergelijkende gegevens ICCS2009 (bij 140.000 14-jarigen uit 38 landen) is dat er inzake burgerschapsattitudes van jongeren geen verschillen bestaan tussen systemen waarin wel dergelijke vakken zijn en systemen die dat niet hebben. Sommige landen hebben een apart vak burgerschap, organiseren daarenboven vakoverschrijdend projecten rond democratie en moraliteit en schenken aandacht aan hedendaagse maatschappelijke problemen. Toch zien we geen wezenlijke verschillen tussen leerlingen in die landen en leerlingen in landen waar dat niet wordt ingevoerd, eens we rekening houden met het soort leerlingen (de sociale status of het gezin waaruit zij / hij komt) en een aantal andere kenmerken van het onderwijs en de leerkrachten.
Veel belangrijker zijn de vaardigheden van leerkrachten in deze. De houdingen en de professionaliteit van leerkrachten heeft een veel grotere invloed vanuit internationaal vergelijkend perspectief dan het al dan niet formeel invoeren van vakken of een curriculum rond hoe een goed burger moet zijn. Het gaat vooral over de manier waarop leerkrachten erin slagen om leerlingen kritisch te laten reflecteren vanuit hun eigen brede kennis en vaardigheden. Ook de stratificatie in een onderwijssysteem (vroeg apart houden op basis van prestaties) heeft een grotere impact op wat jongeren denken en voelen, dan het bestaan van een expliciet curriculum. In samenlevingen waar inkomensongelijkheid klein is en waar er een kansengelijkheid is in onderwijs, scoren jongeren hoger op burgerschapswaarden.
We twijfelen er niet aan dat scholen een verschil kunnen maken. Het invoeren van kritische reflectie, democratisch dialoog in de klas of een vak levensbeschouwing, ethiek en filosofie (LEF) kan het verschil maken voor vele leerlingen. Begrip voor elkaar leren krijgen op school lijkt ons een noodzakelijke voorwaarde. Op zich vormt dit echter geen voldoende voorwaarde. Kortom, de manier waarop een samenleving omgaat met de skills van leerkrachten, met de kansen(on)gelijkheid in onderwijs en de wijze waarop er wordt gedifferentieerd in een school minstens even noodzakelijk dan het aanpakken van het curriculum. Deze elementen vormen momenteel een veel krachtiger onofficieel curriculum dan welk vak dan ook. Anders vrezen we dat de nieuwe burgerschapsvorming een maat voor niets zal zijn.
 
Dimokritos Kavadias – Vakgroep Politieke Wetenschappen VUB
Britt Dehertogh – Sociaal Werk AP-hogeschool

1 opmerking:

  1. Zoals je zegt, Dimo, "er is veel meer werk aan de winkel en niet enkel via onderwijs". HET onderwijs bestaat uit meerdere (gemotiveerde en geëngageerde) leraars die slechts een beperkte tijd per week met leerlingen werken. Eén vak 'burgerzin' is zeer interessant maar ruim onvoldoende. Er is een gecoördineerde, inclusieve en vakoverschrijdende aanpak nodig. Naast dit is er ook een ruimere visie nodig over de school als instituut en hoe jongeren hierin passen, eerder als partner dan als participant.
    Ik stel mij ook de vraag of radicalisering niet één van de vele gevolgen is van een groeiende individualisering in de (postmoderne?) maatschappij maar ook vervreemding van die maatschappij en haar instituten van een groep die geen aanvaardbaar (voor zichzelf) toekomstperspectief ziet. Om radicalisering aan te pakken moet men OOK aan de wortels beginnen en in eerste instantie daar waar het begint of zou kunnen beginnen (tijd, ruimte en mens). En dat is een snijpunt waar meerdere actoren en factoren actief, bevoegd en verantwoordelijk voor zijn.
    Groeten, Christos Pistolas

    BeantwoordenVerwijderen